België zet Nederlandse asbestlabs aan het werk

24.11.20

Teamleider Joeri Hoppenbrouwers over grenzeloze samenwerking


Belgische opdrachtgevers kijken voor het laten uitvoeren van asbestanalyses in lucht, materiaal en bodem steeds meer over de landsgrenzen heen. Teamleider asbestlaboratorium Joeri Hoppenbrouwers heeft er volop mee te maken. Hoe ervaart hij de verschillen in cultuur, aanpak en wetgeving? Deel 1 van een tweeluik waarin hij de samenwerking vanuit de Nederlandse optiek beschrijft.

RPS-artikel-asbest-belgie-joeri-hoppenbrouwersJoeri Hoppenbrouwer: “Belgische opdrachtgevers investeren veel tijd om elkaar beter te leren kennen.”

Asbest in bodemlagen. Asbest in funderingslagen. Asbest in granulaten. Hij heeft het er maar druk mee. Teamleider Joeri Hoppenbrouwers van het asbestlaboratorium. Want naast de gebruikelijke Nederlandse analyses komen er sinds vier jaar ook monsters met asbest vanuit België naar de Bredase vestiging voor het bepalen en berekenen van de hoeveelheden.

Destijds was dat nog een primeur. De Belgische overheid erkende RPS als eerste buitenlands lab voor het analyseren van asbest in materialen, zoals golfplaten en pakkingen. Later volgde een erkenning voor het analyseren van asbest in lucht. Sinds dit jaar zijn daar door een erkenning van de VLAREL-wetgeving ook bodem (pakket B4), afvalstoffen en andere materialen (pakket A7) bijgekomen.

Volledige scope

Belangrijk, want het saneren van asbest in de bodem staat in België hoog op de prioriteitenlijst. De kankerverwekkende stof is, net als in Nederland, veel toegepast in het verleden. Door bijvoorbeeld ongecontroleerde afbraakwerken kan asbest in de bodem terechtgekomen zijn. Om te kunnen constateren of een materiaal asbesthoudend is of niet, is het nemen en analyseren van een materiaalmonster noodzakelijk.

Maar ook de Vlamingen ervaren dat er grenzen zijn aan de analysecapaciteit. Er zijn vooral milieulabs die de aandacht over meerdere soortanalyses moeten verdelen. Niet voor niets kijken zij buiten de landsgrenzen, waar het geaccrediteerde laboratorium van Joeri en zijn team als één van de toonaangevende in Nederland geldt. Belangrijke meerwaarde: het is alleen op asbest gericht. “Zo kunnen we heel efficiënt en snel opereren. Zeker bij de capaciteit en doorlooptijden van de proeven is dat heel belangrijk”, duidt Joeri deze bewuste keuze.

Van adviesbureau tot aannemer

We lopen door het laboratorium achtereenvolgens langs een stereo-, polarisatie- en elektronenmicroscoop. “Hiermee kunnen we met de hoogste betrouwbaarheid zeggen of het asbest bevat en om welk soort het gaat. Daarmee kunnen we de risico’s goed inschatten”, verklaart Joeri. Met zowel een erkenning voor de A7 als B4 op zak kan hij zijn klanten de volledige scope aanbieden.

“Hier controleren we bijvoorbeeld een granulaat uit een depot. Even verderop is een collega bezig met het uitvoeren van een analyse voor een bodemsanering.”
En over klanten gesproken. De aanwas vanuit België wordt groter. Waren het eerst voornamelijk adviesbureaus, tegenwoordig dienen ook steeds meer aannemers zich aan. “Het gaat dan bijvoorbeeld om bedrijven die een eigen breekinstallatie hebben, of eventueel grondbanken”, ervaart de teamleider.

Stap verder

In het laboratorium bepalen hoeveel en welk soort asbest aanwezig is, gebeurt weliswaar op dezelfde wijze als in Nederland. Maar zijn er aanzienlijke verschillen in de richtlijnen en aanpak om de Belgische klanten te bedienen. Joeri pakt er een document bij. Het Compendium voor Monstername en Analyse (CMA). Dat wordt in België gebruikt als leidraad bij de uitvoering van de monstername voor asbest in bodem.

“In Nederland ligt de regie bij de adviseur. Hij stuurt een monster op en wij doen puur de monstername. Vervolgens gaat de uitslag terug naar de adviseur die ermee gaat rekenen voor de eindconclusie.
Voor de Vlaamse adviseur ga je een stap verder. Naast de monstername rapporteer je ook direct naar een eindconclusie voor een terrein of ruimtelijke eenheid. De adviseur hoeft vervolgens alleen zelf nog maar te toetsen aan de geldende interventiewaarden.”

RPS-artikel-asbest-belgie-joeri-hoppenbrouwers
Teamleider Joeri Hoppenbrouwers (links) stuurt zijn medewerkers in het asbestlaboratorium aan.

Uitdagend proces

Wat zijn de eerste ervaringen met het werken voor de Vlamingen? Joeri: “In Nederland zijn de laboratorium-, advies- en en veldwerkwerkzaamheden duidelijk afgebakend. Voor de Belgische markt zijn ze veel meer in elkaar verweven. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat er naast een grondmonster ook nog grof materiaal in het veld is afgezeefd en tegelijkertijd bekeken moet worden. De verhouding tussen fijn en grof materiaal wordt dan op een gegeven moment ook van belang voor je concentratie.”

Een rondje door het lab toont dat de werkzaamheden voor de Belgische markt anders georganiseerd zijn. “We hebben het analyseproces hier helemaal opgeknipt. De een doet de intake van de monsters, de ander de voorbehandeling en de volgende de analyse of een gedeelte ervan. Een ander gaat het grove materiaal weer onderzoeken. Je moet er voor zorgen dat de gegevens van externen op het juiste moment op de goede plek in het proces terecht komen.”

“Dat betekent dat we dit proces voor de Belgische opdrachtgevers apart hebben ingericht en zoveel mogelijk proberen te automatiseren. Binnen de Nederlandse normering zijn het allemaal losse onderdelen die we apart aan de opdrachtgever aan kunnen bieden. Voor de Belgische richtlijnen brengen we alles samen en nemen dat ook allemaal mee in de eindrapportage. Dat is een uitdagend proces.”

Dezelfde taal

Het zorgt ervoor dat de samenwerking met de Belg intensiever is dan met de Nederlander. “We staan als laboratorium dichter bij de veldwerkers en adviseurs. Dat zorgt voor een hoge betrokkenheid.”
Voordeel is dat er grotendeels dezelfde taal wordt gesproken. Toch zijn er culturele verschillen. Hoe zorg je toch voor een goede zakelijke relatie of samenwerking? “Allereerst door je in elkaars cultuur te verdiepen”, ervaart Joeri. “Als Nederlander ben je veel directer en wil je snel zaken doen. De Belg is gericht op kwaliteit en investeert eerst veel tijd om elkaar beter te leren kennen. Zit dat goed, dan komt de optimale samenwerking vanzelf.”

 

Meer informatie

Is er asbest of keramische wol binnen uw omgeving gesignaleerd? Of bent u asbestverdachte materialen op het spoor? Dan wilt u snel een beeld hebben van de risico’s. Als autoriteit op dit gebied bieden we ondersteuning binnen de complete asbestketen. Van inventarisatie en advies tot en met saneringsbegeleiding en directievoering. 24 uur per dag, 7 dagen per week.

Kijk voor meer informatie op de dienstenpagina van ons asbestlaboratorium of neem direct contact op met accountmanager Romboud Fijth.